Basisschoolkeuze

Welke basisschool kies ik voor mijn kind? Elke ouder komt er voor te staan. Het moment dat je peuter bijna een kleuter is. Dan weet je dat het eraan komt, onherroepelijk: de schoolkeuze. Wat een moeilijke keuze zeg. Ga je voor een school dichtbij of voor een school met een speciale opvoedkundige visie? Hoe kom je aan al die informatie om een goede keuze te maken?

Mijlpaal
Over een half jaartje is het hier ook zover… Onze dochter gaat naar de basisschool! Wat een enorme mijlpaal. Ik zie er al tegenop sinds ze geboren is. Elke dag naar school, wie heeft dat nou ooit kunnen bedenken. We hebben het net zo gezellig samen nu de peuterpuberteit achter de rug is. Wat zal ik haar missen. Lastig hoor dat die fase eraan komt. En dat nog wel terwijl ik zelf lerares basisonderwijs ben, waarvan vele jaren als kleuterjuf!

Leren loslaten
Gelukkig weet ik dat veel ouders mij al zijn voorgegaan en dat het met de meeste kinderen op school helemaal goed komt. Vast ook met onze dochter. En ik merk dat ze er toch langzaamaan wel naartoe aan het groeien is. Ze heeft de laatste maanden zulke sprongen gemaakt. Wat is ze ineens wijs, en wat is ze ineens groot. Dat helpt mij ook wel wennen aan het idee. Ons kleine meisje…

Verkennen
Een jaar geleden zijn we ons gaan oriënteren op scholen. Gelukkig was het in ons dorp niet zo moeilijk. De twee dichtstbijzijnde scholen waren allebei een prima optie. Omdat ze bekend staan als goede scholen en omdat het type onderwijs ons aanstaat. Dat viel dus al mee voor ons. Wat voor soort scholen heb je eigenlijk allemaal?

Verschillende scholen
In Nederland zijn er vele soorten basisonderwijs. Ouders kunnen kiezen voor een openbare school, een school met een bepaald onderwijssysteem of voor een school met een bepaalde geloofsovertuiging.

Alles even op een rijtje

Openbare scholen

Ongeveer een derde van alle kinderen in Nederland gaat naar een openbare school. Een openbare school staat open voor kinderen van elke godsdienst of levensbeschouwing. Er zijn ook openbare scholen die werken volgens een bepaald onderwijskundig concept. Meestal worden openbare scholen bestuurd door een stichting, soms bestuurt een bestuurscommissie van de gemeente een openbare school.

Bijzondere scholen

Tweederde van de kinderen in Nederland gaat naar een bijzondere school. Daar krijgen ze les vanuit een godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging. Zo zijn er bijvoorbeeld rooms-katholieke, protestants-christelijke, joodse, islamitische en hindoeïstische scholen. Een bijzondere school wordt bestuurd door een vereniging of een stichting. Ouders kunnen lid zijn van zo’n vereniging. Zowel openbare als bijzondere scholen worden bekostigd door de rijksoverheid.

Algemeen bijzondere scholen
Algemeen bijzondere scholen geven onderwijs vanuit bepaalde opvoedkundige uitgangspunten. Voorbeelden hiervan zijn montessorischolen, daltonscholen, jenaplanscholen, freinetonderwijs en vrije scholen. Deze scholen zijn niet gebaseerd op een godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging.

Montessorischolen:
 Maria Montessori ging ervan uit dat ieder kind een ‘gevoelige’ periode heeft: dan leren ze bepaalde dingen het makkelijkst. Ze ontwikkelde speciaal materiaal waarbij de zintuiglijke ervaring voorop staat, zoals cijfers van schuurpapier. Ieder kind werkt zelfstandig of in een groepje, onder het motto ‘Help mij het zelf te doen’.Kinderen met verschillende leeftijden zitten bij elkaar. Iedereen is met iets anders bezig. Kinderen kiezen zelf wat ze gaan doen, maar de leerkracht begeleidt ze wel. Sociale vaardigheden, samenwerken en zelfstandigheid zijn heel belangrijk.
 Voor meer info: Monton.nl.

Daltonscholen: Bij de Dalton-methode, ontwikkeld door Helen Parkhurst, staat ‘de taak’ centraal. Het is een afspraak tussen leerkracht en leerling over wat er moet worden gedaan. De kinderen mogen zelf bepalen wanneer en met wie ze eraan willen werken. Er zijn kerntaken die iedereen moet doen, herhalingstaken voor wie het moeilijk vindt, en verrijkingstaken voor snellere leerlingen. Zo kan het onderwijs echt op ieders talenten worden aangepast. Vrijheid, zelfstandigheid en samenwerking zijn ook hier belangrijk. Het ‘strenge’ element van afspraken maken, spreekt ook meer ‘traditionele’ ouders aan.
 Voor meer info: Dalton.nl.

Jenaplanscholen: Ook op Jenaplan-scholen zitten kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar in de klas. Peter Petersen, grondlegger van deze methode, wilde zo veel mogelijk verscheidenheid binnen de ‘stamgroep’, die drie jaar bij elkaar blijft. De nadruk ligt op inzicht, verbanden leggen en het vormen van een eigen mening. Er is een ritmische afwisseling van spelen, leren, het kringgesprek en vieren. Hier ontstond het inmiddels populaire kringgesprek en het vak ‘wereld-oriëntatie’.
 Voor meer info: Jenaplan.nl.

Vrije scholen: De Vrije school (in België: Steiner-school) is gebaseerd op de antroposofie van Rudolf Steiner, met als uitgangspunt dat ieder mens op aarde reïncarneert en zijn eigen weg zoekt. Aan ouders en leerkrachten de taak het kind daarbij te helpen. De ontwikkeling verloopt in fasen van zeven jaar: eerst wil en grove motoriek, daarna gevoelsleven en fijne motoriek, en tot slot het intellect. Die volgorde is belangrijk, anders raakt de ontwikkeling verstoord. Het onderwijs hecht waarde aan schoonheid, creativiteit en beweging, want behalve een hoofd heeft de mens ook hart en handen. Ook de natuur en andere culturen zijn belangrijk; de mens is deel van een groter geheel. Het onderwijs is klassikaal, met leeftijdsgenoten. De hele basisschool hebben de kinderen dezelfde leerkracht, die de lesstof verpakt in beelden, liederen en verhalen. Er wordt niet zo veel uit boeken gewerkt.
 Voor meer info: Vrijescholen.nl.

Freinet-onderwijs:  Célestin Freinet oordeelde dat leerlingen, leerkrachten en ouders samen de baas moeten zijn. Een leerkracht die de lakens uitdeelt, kweekt passieve kinderen, die later passieve volwassenen worden. Kinderen moeten kritisch naar de wereld kijken en hun lot in eigen hand nemen. De school als een soort ‘kinder-zelforganisatie’. Belangrijk uitgangspunt is de ‘vrije tekst’, waarin het kind opschrijft wat hem of haar bezighoudt. Die vormt de basis voor het onderwijs; van lezen en rekenen tot kennis van de natuur. Dat vraagt behoorlijk wat creativiteit van de leraar. De kinderen werken zoveel mogelijk zelfstandig. Voor meer info: Freinet.nl.

Nog meer soorten scholen

Brede scholen:  Een brede school is een netwerk van voorzieningen voor kinderen, jongeren en gezinnen in de buurt, met de school als middelpunt. Een brede school werkt hiervoor samen met onder andere organisaties voor kinderopvang, geestelijke gezondheidszorg (ggz), muziekscholen en sport- en cultuurverenigingen. Een brede school kan activiteiten aanbieden op school of bij de sportvereniging, kinderopvang of een culturele instelling.

Gemengde school: Scholen waar de aantallen leerlingen met verschillende achtergronden redelijk in evenwicht zijn, worden ook wel gemengde scholen genoemd. Veel ouders vinden het belangrijk dat hun kinderen op een school zitten die een afspiegeling is van de samenleving. Zij doen hun best om een gemengde school te zoeken voor hun kind. Sommige gemeenten nemen maatregelen om te zorgen dat ‘witte’ of ‘zwarte’ scholen, waar de meerderheid van de kinderen van autochtone of juist van allochtone afkomst is, zich ontwikkelen tot gemengde scholen.

Kinderen met een beperking (handicap) of stoornis
: Leerling-gebonden financiering is extra geld voor kinderen met een beperking of chronische ziekte die naar een gewone school gaan (basisonderwijs, voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs). Het extra geld is voor de school en wordt het rugzakje genoemd. De school is verplicht voor dit geld ambulante begeleiding in te kopen. Daarnaast kan de school van het geld extra leerkrachten in dienst nemen en speciaal lesmateriaal betalen om je kind goed les te geven. Als ouder vraag je zelf de rugzak aan. De Commissie voor Indicatiestelling (CvI) bepaalt of je kind in aanmerking komt voor de rugzak. Voor de rugzak is dus een indicatie nodig. De CvI’s vind je bij het Regionale Expertisecentrum (REC) in je regio. REC-medewerkers helpen je bij het indienen van een verzoek voor indicatie. Op school worden afspraken gemaakt met de ouders over hoe ze het geld besteden en dit wordt dan vastgelegd in een handelingsplan. Let op: Met de komst van het passend onderwijs per 1 augustus 2013 verdwijnt het rugzakje. Maar tot die tijd kun je een rugzak aanvragen.
Meer info: Passend onderwijs.

Heeft je kind een lichamelijke of verstandelijke handicap waardoor onderwijs aan een ‘gewone’ school niet mogelijk is? Dan kan je kind wellicht naar een school voor speciaal onderwijs waar leerlingen extra aandacht of zorg krijgen. In Nederland zijn er ongeveer 332 scholen voor speciaal onderwijs. Zo zijn er bijvoorbeeld scholen voor blinde en slechtziende kinderen, kinderen met een verstandelijke handicap of kinderen die lang ziek zijn. Dit kunnen openbare of bijzondere scholen zijn.

Check check
 dubbel check
Wanneer je gaat nadenken over welke school met welk type onderwijs het beste is voor je kind, dan zijn er een aantal vragen die je kunnen helpen om tot een keuze te komen:

– Wat voor schooltype spreekt je aan? Past dit bij de situatie thuis?
– Wat voor schooltype past bij je kind?
– Praat eens met het schoolhoofd en onderwijzers: hoe praten ze over onderwijs en kinderen? Staan ze open voor kritiek?
– Wat voor soort leerlingen zitten er op school? Passen ze bij jou en je kind?
– Ga eens kijken op het schoolplein en in de klas. Hoe is de sfeer?
– Vraag andere ouders naar hun ervaringen met de school.
– Bestudeer de schoolgids.
– Hoe groot zijn de klassen?
– Is er extra zorg voor achterblijvers en voorlopers?
– Krijgen de kinderen al huiswerk?
– Praktisch: is de school goed te bereiken, is er buitenschoolse opvang, wat zijn de schooltijden?

Tot slot
Wat ik het belangrijkst vind als juf en moeder, is dat de ouders en het kind zich prettig voelen op de school. Dus ik zou vooral willen adviseren om vooral eens te gaan neuzen op een mogelijk toekomstige school. Hoe voelt het aan? Wat is de sfeer? Misschien kun je eens meegaan om een buurtje of een vriendje op te halen op school. Loop dan gerust even mee de klas in en kijk hoe de juf je ontvangt. Je merkt dan ook wel aan je kind hoe die zich voelt in de klas of hoe de juf zich opstelt. Is de interesse bij je kind gewekt of nodigt de omgeving niet uit tot nader onderzoek? Je kunt best een informeel praatje houden met de juf, ook al zal ze in principe doorverwijzen naar de open dag. Leerkrachten zijn blij met nieuwe aanmeldingen, zonder leerlingen geen klassen en geen school. Dus ze nemen echt wel een momentje de tijd voor een kort gesprekje. En zo’n eerste indruk kan voor een nieuwe ouder heel waardevol zijn.

Daarnaast zou ik ook sterk kijken naar een school in de buurt. Wat is dat handig met halen en brengen, of met afspreken en feestjes. Wij gaan dan ook lekker naar de school die maar één minuutje lopen hier vandaan is. Onze tactiek was: we gaan eerst kijken naar de school dichtbij en als we daar een goed gevoel bij hebben, dan is dat de school van onze keuze. Was dat niet zo geweest, dan waren we natuurlijk verder gaan kijken.

De allerlaatste tip!
Wanneer de keuze is gemaakt en je kind gaat voor het eerst echt naar school, dan komt er een heleboel op jullie af. Om jullie een beetje wegwijs te maken, in praktische zin, wil ik jullie verwijzen naar het artikel : “Help, de eerste schooldag van mijn kind.”


Lieve ouders, veel succes met de schoolkeuze! Voel, vraag, kijk en ervaar!
Een fijne schooltijd gewenst voor jullie kroost.

Bronvermelding: Rijksoverheid, Ouders.nl.

© Geschreven door Petra

Wil jij dat anderen deze blog ook lezen? Deel het met de rest van de wereld via onderstaande icons.
Klik en plaats!

Deel dit artikel

PinIt

Like ons op Facebook