Zwangeragenda 468x60

Vooroordelen

Een kind met ADHD krijgt met veel vooroordelen te maken. Niet alleen het kind trouwens, ook zijn ouders. En dat geldt dus helaas ook voor ons. Sinds we weten dat onze zoon Levi (5) ADHD heeft, lopen we overal tegen verschillende meningen en vooroordelen aan. Dat is ontzettend vermoeiend. Want, naast de energie die het kost om een kind met ADHD op te voeden, ben je ook vaak bezig uit te leggen hoe het zit en hoe het werkt. Daarom vandaag de meest gehoorde vooroordelen op een rij.

Ieder kind is wel eens druk
Dat klopt natuurlijk. Ieder kind is wel eens druk en er is ook verschil in het temperament van kinderen. Het ene kind is wat meer aanwezig terwijl het andere kind zich wat meer op de achtergrond houdt. Een kind dat echt ADHD heeft, is anders. Ten eerste is het niet alleen maar druk, maar heeft het ook grote concentratieproblemen. Alleen spelen is vaak vrijwel onmogelijk, bij alles wat een kind met ADHD doet, wil het gevoed worden door anderen. En vraagt dus constant aandacht van ouders, leerkrachten en andere kinderen. Het maken van werkjes op school is ook moeilijk. Na een paar minuten breekt de concentratie. Bij ons thuis uit zich dit heel sterk in of elke vijf minuten met iets anders spelen of helemaal niet spelen en uren doelloos rondhangen. En dat rondhangen gaat zeker niet geruisloos. Want: hij wil bezig gehouden worden. En dat kan niet de hele dag in een gezin met nog twee andere kinderen. Het hyperactieve kenmerk is natuurlijk het meest bekend. Bij onze zoon Levi is dit vrij hevig en erg klassiek aanwezig: continu bewegen, friemelen, wippen, draaien, zonder aanleiding een schreeuw geven, heel hard praten, heel veel praten, iedereen in de rede vallen, rennen en gillen. Als wij aangeven dat hij even (een minuut) op zijn beurt moet wachten, ligt hij op de grond te kronkelen van ellende. Zo moeilijk vindt hij dat.

Dus: ieder kind is wel eens druk en dat is geen probleem. ADHD is dat wel.

Het lijkt wel of ieder kind tegenwoordig ‘iets’ moet hebben
Ik geef onmiddellijk toe dat de diagnose ADHD tegenwoordig vaker wordt gegeven. Simpelweg omdat er meer over bekend is, er beter over wordt gesproken en meer mensen zelf aan de bel trekken. Ook ben ik het eens met het gevaar van overdiagnose en zelfdiagnose. Je moet niet té snel – en zeker niet zelf – het label ADHD of een kind plakken. Het stigmatiseert en het is geen trofee. Het label heb je echter wel nodig om de hulp te krijgen die je vaak zo hard nodig hebt: ouderbegeleiding, medicatie, hulp aan huis, hulp op school of persoonsgebonden budget. Geen diagnose, geen hulp. Overigens geldt dit ook voor andere gedrags- en ontwikkelingsstoornissen zoals ADD, PDD-NOS, Asperger en OCD.

Dus: ADHD wordt vaker vastgesteld, maar het komt niet vaker voor dan vroeger.

Je moet gewoon wat strenger en consequenter zijn, dan is het zo over
Dit is misschien wel het hardnekkigste vooroordeel. Natuurlijk moet je consequent en duidelijk zijn naar kinderen. En bij kinderen die ADHD hebben is dit extra belangrijk. Maar helaas: de ADHD gaat het niet van over. Het is dat ik mijn zoon veel te lief vind om uit te lenen, anders zou ik zeggen: weekje proberen? Dan weet je wat je zegt!

Dus: consequent en duidelijk zijn is goed voor ieder kind. Het geneest ADHD niet.

Medicatie is lekker makkelijk voor ouders die geen zin hebben in hun drukke kind
En dan komen we bij het meest kortzichtige vooroordeel. Ik moet de eerste vader of moeder nog ontmoeten die uit gemak een medicijn als Ritalin aan hun kind geeft. Het is een ontzettend moeilijke afweging die je als ouder moet maken. Het is bepaald geen Aspirine! Als ik naar onze eigen situatie kijk, hebben wij de keuze gemaakt voor het welzijn van Levi. Hij had steeds minder aansluiting bij zijn vriendjes op school. Door zijn ADHD, ja. Omdat hij zo onbesuisd was, dat kinderen letterlijk een beetje afstand namen. En omdat in deze belangrijke jaren de basis wordt gelegd voor zijn sociaal-emotionele ontwikkeling hebben we ervoor gekozen hem Ritalin te geven. Zodat hij niet buiten de groep valt op school. Want geloof me: daar word je doodongelukkig van.

Dus: medicatie geven aan een kind is alles behalve makkelijk voor ouders. Maar in sommige gevallen wel beter voor het kind.

Heeft hij wel ADHD, ik merk niets aan hem?
Dit horen wij ook vaak. Vooral als we ergens op bezoek zijn, kan Levi zich uitstekend vermaken en gedraagt hij zich keurig! Wij merken wel dat hij van het een naar het ander fladdert, maar daar hebben anderen geen ‘last’ van. Hij vraagt op zo’n moment namelijk vrijwel geen aandacht van de volwassenen. Dus merk je niks. Dus is er niks. Maar het werkt zo: een kind heeft een beperkte hoeveelheid energie te besteden op elk willekeurig moment. En wanneer het in een minder vertrouwde of zelfs vreemde omgeving is, heeft het een groot deel van die energie nodig om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Er blijft dan simpelweg minder energie over om de stuiteren. Als een kind ergens weer helemaal vertrouwd is (bijvoorbeeld na twee maanden op school) is dit effect weg en herkennen ook buitenstaanders de ADHD.

Dus: dat een kind met ADHD niet direct je huis afbreekt als hij op bezoek is, wil niet zeggen dat hij het niet heeft.

© Geschreven door Susanne

Deel dit artikel

PinIt

Like ons op Facebook

felicitas 728x90